Tele-Onthaal antwoordt

Wie wil beginnen met iets nieuws op het bedrijf doet er goed aan zoveel mogelijk advies in te winnen. Niemand vindt het een schande om dit te doen.

Als je hulp en bijstand nodig hebt voor het invullen van aangiftes en voor beter begrip van wetgeving, dan kan je terecht bij je servicebureau of het dienstbetoon van je vakvereniging. Dat is meer dan normaal.

Als het dagelijks bedrijfsritme vierkant draait, als je een last wordt voor je partner, je kinderen, de buren, je vrienden, je zakenrelaties … dan weet je wel dat je de oplossing niet alleen kunt vinden en dat je hulp moet zoeken. Sommigen vinden dat een schande, maar dat is geheel onterecht.

Waar en bij wie kun je dan terecht?
In de reeks “Onbekend is onbemind” kan je mee op verkenning. We gaan op bezoek bij een medewerker en hulpverlener van een vijftal organisaties. Schrik niet, want hier treden we een onbekende wereld binnen en gebruiken we een taal die we niet gewoon zijn in land- en tuinbouwmiddens.

Tele-Onthaal

 Leen Devlieghere, Tele-Onthaal West-VlaanderenWe spreken met Leen Devlieghere. Zij coördineert de werking van Tele-Onthaal in West-Vlaanderen en spreekt ook over de werking overal in Vlaanderen.

Vrijwilligers van Tele-Onthaal helpen bij het zoeken en vinden van een nieuw en fris perspectief. Soms ben je als oproeper ongerust over iemand in je omgeving. Ook hiermee kan je in Tele-Onthaal terecht.

Hoe werkt dat, Tele-Onthaal?

Iedereen heeft af en toe nood aan een babbel. Je kan aan de telefoon 24 op 24 uur en 7 dagen op 7 terecht voor een goed gesprek, zegt Leen. Iedereen – jong of oud – kan bij Tele-Onthaal terecht voor alle vragen of problemen. Wie chat, zal een antwoord krijgen ieder dag vanaf 18 uur. Op woensdag vanaf 15 uur. Om 23 u gaat de chatlijn dicht. Op zaterdag en op zondag om 22 uur.

Directeur Leen zegt dat het een grote uitdaging is om ervoor te zorgen dat Tele-Onthaal 24 uur op 24 uur bereikbaar is. Dit lukt dank zij de inzet van een grote groep geëngageerde vrijwilligers. Het gaat over een 600-tal personen. Ze worden opgeleid en begeleid door een team van een 40-tal beroepskrachten. Die opleiding en vorming is bijzonder belangrijk. De vrijwilliger krijgt heel veel verschillende vragen te horen en te lezen. Leen geeft een aantal voorbeelden maar drukt me op het hart dat ik hier niets mag over schrijven. De gesprekken zijn anoniem. Daar maken ze er een erezaak van. De vrijwilliger noteert nooit namen, ook geen andere gegevens die tot herkenning van de oproeper kunnen leiden.  De gespreksonderwerpen noteert de vrijwilliger wel. Dat is goed voor zicht op nood aan vorming. De top 5 van onderwerpen zijn: relatieproblemen, geestelijke gezondheid, eenzaamheid, sociaal economisch problemen, zelfdoding.

Als vrijwilliger moet je je goed kunnen inleven in heel verschillende leefwerelden van oproepers om gepast te reageren. Elk antwoord moet zinvol zijn, zegt Leen. Wie verschillende malen belt zal zelden van dezelfde persoon een antwoord krijgen. Tele-Onthaal is er niet op gericht om oproepers op lange termijn te begeleiden. Gesprekken via Tele-Onthaal gaan over het “hier” en het over het “nu”. De vrijwilliger gaat ervan uit dat wie op een bepaald moment belt, op dat moment een klankbord moet vinden voor zijn moeilijkheden, zijn zorgen en vragen. Een oproeper kan om een tweede mening vragen. Hij mag op zoek naar steun en begrip. “Heb ik het juist voor?” –  “Doe ik het goed als ik …” –  “Wat denk je in geval van ….”. Indien nodig suggereert de antwoorder de oproeper een andere organisatie of een andere persoon voor verdere hulp.

Waarom bestaat Tele-Onthaal?

Zowel onderzoek als praktijk wijst uit dat er zowel grote nood als groot gebrek is aan het praten met elkaar over problemen. Geen tijd meer voor een echte babbel. Geen tijd meer om te luisteren. Vaak is er onmacht om te communiceren, zegt Leen. En toch is dat contact en die toets met anderen nodig. Wie het niet doet – en vooral wie het niet tijdig doet – raakt vaak geïsoleerd met zijn moeilijkheden waardoor problemen soms nog verder escaleren. Leen spreekt dan over “inscalleren”: je zakt dan dieper weg, in jezelf.

De verantwoordelijke minister maakt geld vrij om vrijwilligers aan het werk te zetten. Door Tele-Onthaal krijgt iedereen de kans om iemand te vinden die echt en onvoorwaardelijk luistert. Begripvol luisteren, luisteren zonder een oordeel te vellen, een standpunt of probleem (h)erkennen, zijn geen makkelijke vaardigheden. Vrijwilligers van Tele-Onthaal hebben geleerd om het wel te kunnen. Wie  ongerust is over iemand in zijn omgeving – een ouder, kind, familielid of vriend – moet hiermee ook terecht kunnen in Tele-Onthaal.

Hoe kom je er bij?

Neem je telefoon of je gsm en druk “106”, meer hoeft niet. Je doet dit van waar je wil. Je tractorcabine, je stal of een rustgevende plek. Het is kosteloos. 106 is een noodnummer. Dit betekent dat er geen factuur volgt. Dit betekent dat er ook geen spoor terug te vinden is van je oproep. Niemand ziet wanneer en hoe lang je gebeld hebt. Ook je directe omgeving weet niets. De vrijwilliger zal het ook niet registreren. Een vrijwilliger heeft ook een beroepsgeheim net zoals een arts of een psycholoog. Deze anonimiteit geeft een veilig gevoel. Het is een verademing dat je het “ne keer kunt zeggen”. Want “praten werkt”, liefst zo vroeg mogelijk, zegt Leen.

Inloggen op www.tele-onthaal.be, meer hoeft niet. Je hoort geen stem. Je tikt en je leest. Voor de rest stilte. Het is nog anoniemer. Het kan. Het helpt. Niet wachten.

Telefonische hulp: druk 106 –  chathulp: tik www.tele-onthaal.be.